Stroomwegen als barrières

Stroomwegen zijn bedoeld voor een vlotte en veilige afwikkeling van grote hoeveelheden gemotoriseerd snelverkeer over grote afstanden en met relatief hoge snelheden. Ze zijn bedoeld om de afstand tussen herkomst en bestemming snel en voorspelbaar te overbruggen. Met andere woorden: het zijn onze snelwegen en N-wegen waar minimaal 100 kilometer per uur wordt gereden.Ze zijn niet toegankelijk voor het langzame verkeer en hebben ongelijkvloerse kruisingen en aansluitingen. Voor wandelaars vormen stroomwegen onneembare barrières. Er worden twee typen stroomwegen onderscheiden:

Nationale stroomwegen (snelwegen/A-wegen)Dit zijn de wegen van de ‘hoogste orde’: ze sluiten aan op de snelwegen van de omringende landen. Ze voorzien primair in verplaatsingen tussen landsdelen en bijbehorende centra. Daarnaast worden nationale stroomwegen gebruikt voor verplaatsingen over kortere afstanden tussen regio’s of onderdelen van stedelijke agglomeraties en stadsdelen. De nationale stroomwegen vallen buiten de werking van de Visie Duurzaam Veilig. De standaard maximumsnelheid is hier 130km/uur.

Regionale stroomwegen (N-wegen)Regionale stroomwegen vormen de verbindingen tussen regio’s en bijbehorende centra. De maximum snelheid is 100km/uur. Er bestaan verschillende typen regionale stroomwegen: Type I: 2 rijbanen met 1 rijstrook (2x1). Type II: 2 rijbanen met 2 rijstroken (2x2). Ook typen met meer rijstroken komen voor.

Om de doorstroming en verkeersveiligheid te bevorderen wordt het aantal aansluitingen en knooppunten laag gehouden. Vanuit kostenoverwegingen is het aantal overbruggingen en onderdoorgangen in de praktijk beperkt.

Stroomwegen en voetgangers/wandelaars

De stroomwegen zijn verboden voor het langzame verkeer en ze hebben daarmee geen directe functie voor het langzame verkeer. Hun aanwezigheid kan echter grote gevolgen hebben voor deze groep weggebruikers. Doordat stroomwegen geen gelijkvloerse kruisingen hebben, kan men deze wegen op weinig plekken oversteken. Bij de aanleg van nieuwe stroomwegenwegen of bij de opwaardering van bestaande stroomwegen, worden andere kruisende wegen vaak doorsneden waardoor het  aantal kruisingsmogelijkheden  afneemt. De kruisingen die worden gehandhaafd zijn onderlinge kruisingen tussen stroomwegen die enkel worden gebruikt door het gemotoriseerd verkeer of betreffen aansluitingen met drukke gebiedsontsluitingswegen waarvan de hoofdrijbanen eveneens deel uitmaken van het samenhangende netwerk  van hoofdwegen voor het gemotoriseerde snelverkeer.

Stroomwegen zijn daarmee een bron van barrièrewerking voor al het langzame verkeer. Doordat voetgangers en wandelaars een kleinere actieradius hebben dan andere weggebruikers, treft dit deze groep in het bijzonder. 

Door het beperkte aantal overblijvende ongelijkvloerse kruisingen vindt op kruisingen en de toevoerende wegen een concentratie plaats van het verkeer zowel voor wat betreft de verkeersintensiteiten als de verschillende soorten weggebruikers. Dit alles versterkt de (potentiële) barrièrewerking en hinder voor kwetsbare gebruikersgroepen, waaronder voetgangers/wandelaars. 

Steun ons