Belang van een barrièrevrije omgeving

Iedereen loopt. Soms voor plezier, voor zijn gezondheid en soms omdat het handig is of niet anders kan. Daarom streeft Wandelnet naar een voetgangersvriendelijke woon-, werk- en leefomgeving met een landelijk netwerk van voetgangersvriendelijke wegen en paden. Zowel voor ommetjes als voor lange wandeltochten. Dit netwerk van wegen en paden moet veilig en aantrekkelijk zijn. Het moet voldoende keuzemogelijkheden bieden en herkomstplaatsen en bestemmingen verbinden. Soms zijn of ontstaan er echter barrières die de mogelijkheden voor de voetganger en wandelaar beperken. Bijvoorbeeld door de aanleg van spoorlijnen, waterwegen en autowegen. Dit wordt ‘barrièrewerking’ genoemd. Bij Wandelnet werken we aan oplossingen om deze barrières te beperken. Zodat iedereen in Nederland te voet op pad kan (blijven) gaan en daarvoor niet afhankelijk wordt van het gebruik van openbaar vervoer of auto. 

Voor wie is een barrièrevrije omgeving belangrijk?

Lopen of wandelen doen we allemaal: als (lange afstand-)wandelaar, jogger, hardloper, ommetjesmaker of honduitlater. Of omdat we te voet op weg zijn naar de winkel, school, ons werk, sport of naar vrienden. Een barrièrevrije omgeving is voor iedereen belangrijk: voor de voetganger/wandelaar als weggebruiker in de vervoersketen, al dan niet samen met de auto, motor, fiets of openbaar vervoer. 

Waar lopen en wandelen we?

De actieradius van een wandelaar is zo’n vijf à tien kilometer. En we lopen heel wat af. Van ons huis naar het station, van ons werk naar de supermarkt of stadscentrum of van school naar de sportschool. Combineer je onze actieradius met al deze locaties, dan kun  je heel Nederland als voetgangersomgeving aanmerken. Doordat voetgangers/wandelaars voorkeuren hebben voor waar ze lopen/wandelen (zie Wandelmonitor), is er wel sprake van aantrekkelijke gebieden voor bijvoorbeeld ommetjes en van recreatieve en toeristische concentratiepunten. Deze liggen voornamelijk op het overgangsgebied van stad naar platteland en andere uitloopgebieden vanuit onze startpunten en gebieden als de kust, Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, Brabant, Drenthe en elders.Gemakkelijk te voet op pad kunnen, draagt bij aan de kwaliteit van onze leef-, woon- en werkomgeving. Dat geldt overigens zowel voor gebieden binnen als buiten de bebouwde kom. Ben je benieuwd naar informatie over waar we het liefst wandelen? Bekijk dan onze wandelmonitor.

Wanneer is iets een barrière?

Niet elke onderbreking van een voetgangersvriendelijke weg/voet-/wandelpad is gelijk een barrière. Of er sprake is van een barrière hangt af van:

De behoefte aan verbindingen. We spreken bijvoorbeeld van een barrière als een dorp wordt afgesneden van haar buitengebied, waardoor men niet meer te voet de natuur of agrarische cultuurlandschap in kan of alleen via een onaantrekkelijke route kan bereiken. 

De voetgangersvriendelijke verbindingsweg of wandelpad. Doorsnijdt een snelweg bijvoorbeeld de enige belangrijke wandel- of fietsroute, dan ontstaat er een barrière.

De alternatieven. Wordt een voetgangersvriendelijke weg of wandelpad afgesneden en is er geen alternatief om om te lopen in de buurt? Dan spreken we van een barrière. Te voet is een omweg al snel te groot. Dat kan tot gevolg hebben dat voetgangers/wandelaars niet meer op pad gaan, auto of fiets nemen om ergens anders te gaan wandelen of noodgedwongen een onaantrekkelijker en onveiliger pad volgen. 

Vaak is de afsluiting van een enkel pad niet direct een probleem. Maar door die afsluiting kan de samenhang met de andere paden binnen het netwerk verdwijnen. Dit beperkt de mogelijkheden voor voetgangers/wandelaars vaak aanzienlijk.

Barrières per doelgroep

In de wandel- en voetgangerswereld vinden we termen en begrippen als: onverhard/zandpad garantie, klompenpaden, struinpaden, laarzenpaden, hardlooproutes, jogging circuits, hondenuitlaatroutes, avonturenroutes, kinderspeelplaatsen, kabouterroutes, wandelsportroutes, blote voetenpaden, gehandicaptenpaden en natuurpaden. Elke voetganger/wandelaar/(sub)doelgroep heeft, zo wordt hierbij duidelijk, andere wensen bij het selecteren van zijn of haar ideale route. Daarbij horen  uiteenlopende sets van wensen en eisen aan het infrastructurele netwerk. Een bepaald type route kan gebruikersgroepen met andere wensen uitsluiten waardoor vooral bij het voldoen aan uitgesproken wensen en de aanwezigheid van onvoldoende alternatieven barrières kunnen ontstaan. 

Wanneer in een uitloopgebied rondom een woonkern bijvoorbeeld alleen maar klompenpaden zijn waar honden niet mogen komen, beperkt dit hond eigenaren. En onverharde (struin- en laarzen)paden sluiten groepen als gezinnen met kinderwagens, ouderen die niet meer goed ter been zijn en mensen met een fysieke beperking uit. Deze en meer verschillende typen barrières zijn opgenomen in de kennisbank.

Voorwaarden aan een landelijk netwerk 

Voor de bewegingsvrijheid van voetgangers is een landelijk netwerk van verkeersluwe wegen en paden dus van groot belang. Het draagt bij aan de bereikbaarheid en toegankelijkheid van onze leefruimte. Het zorgt ervoor dat we niet voor elke verplaatsing afhankelijk worden de auto of het OV. 

Een kwalitatief goed netwerk moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

1. Samenhang van wegen en paden die op elkaar aansluiten.

2. Het verbinden van herkomstplaatsen en bestemmings¬gebieden. 

3. Ongestoord gebruik: de paden zijn verkeersluw, rustig en veilig.

4. Keuzemogelijkheden: de keuze uit meerdere paden en routes. 

5. Het voldoen aan eisen van aantrekkelijkheid en beleving.

Type paden en wegen voor langzaam verkeer

Een landelijk netwerk voor langzaam verkeer kan bijvoorbeeld bestaan uit:

Voetpaden: onverhard (aarde of gras), semiverhard en brede bermen van wegen;

Schouw/onderhoudspaden, kaden en dijken;

(brom)Fietspaden, al dan niet (semi)verhard;

Ruiter- en menpaden;

Rustige verkeersluwe, al dan niet (semi)verharde, plattelandswegen. 

Steun ons